Incidenten en Complimenten

Het verbeteren van de samenwerking tussen huisartsen en zorgorganisaties in de ggz of het sociaal domein staat hoog in het vaandel bij Provico. Vanaf eind 2019 heeft Provico het melden van incidenten of complimenten over en tussen zorgorganisaties geautomatiseerd middels een formulier op de kennisbank. Huisartsen en praktijkondersteuners kunnen op die manier eenvoudig een incident of compliment melden. Hieronder staan de trends en resultaten van het incident melden weergegeven. 

Van december 2019 tot januari 2021 zijn er 58 meldingen gedaan. Deze meldingen gingen over 11 samenwerkingspartners in het netwerk van Provico. De meldingen zijn in te delen in 4 categorieën, namelijk:

  • Meldingen over het terug verwijzen van patiënten door een ggz-aanbieder naar de huisartsenpraktijk.
  • Meldingen over het verwijzen van een patiënt uit de huisartsenpraktijk naar een ggz-aanbieder.
  • Meldingen over het zorgaanbod in de ggz.
  • Meldingen over iets anders.

Hieronder geven we een samenvatting van de meest voorkomende meldingen en de oplossingen die hiervoor zijn afgesproken of de wet- en regelgeving die geldt. Deze zijn als zodanig besproken met de zorgaanbieders waarop de incidenten van toepassing waren.

1. De ggz aanbieder wil een patiënt niet zelf doorverwijzen en vraagt de huisarts om dit te regelen

Voor toegang tot de GGZ is voor volwassenen een verwijzing van een huisarts/medisch specialist nodig. Het komt echter voor dat patiënten al in zorg bij een ggz aanbieder zijn maar deze aanbieder door verwijst naar een andere zorgvorm of instelling. Er is dan een nieuwe verwijzing nodig.

Waar zit nu het probleem?

De behandelaars bij ggz aanbieders blijken zich niet te realiseren dat zij een doorverwijzing zelf kunnen organiseren. Behandelaars kunnen dus zelf onderling doorverwijzen, ook als de patiënt naar een andere instelling wordt doorverwezen. Zij moeten de huisarts hierover binnen 10 dagen schriftelijk informeren. Wij hebben de afspraken hierover nogmaals onder de aandacht gebracht bij ggz aanbieders.

Het probleem zit hem daarnaast in het feit dat er nog geen regie behandelaar bij de ggz-aanbieder verantwoordelijk is voor de doorverwijzing omdat de patiënt formeel nog niet in zorg is bij de ggz-aanbieder. Een patiënt is pas formeel in zorg bij een ggz-aanbieder als uit de intake blijkt dat er een behandeling kan worden gestart. Als de patiënt na intake niet in zorg wordt genomen, is er geen regiebehandelaar aangewezen die kan doorverwijzen. De huisarts is dan nog steeds hoofdbehandelaar en zodoende verantwoordelijk voor het maken van een nieuwe verwijzing. Het komt geregeld voor dat ggz-aanbieders niet met huisartsen communiceren over het niet in behandeling nemen van een patiënt die door de huisarts is doorverwezen. Dit zijn zij echter wel verplicht.

Als na een intake toch geen behandeling kan volgen en er wordt om doorverwijzing gevraagd is er wel een DBC opgestart en de intake wordt ook betaald. Dit is echter toch nog niet het starten van de behandeling. De patiënt kan dus een rekening krijgen voor alleen het eerste gesprek en dan alsnog niet in zorg zijn. Dit is vaak verwarrend voor huisarts en patiënt.

2. Na intake toch geen behandeling

Voor patiënten is het vervelend als zij na lang wachten en een uitgebreide intake niet in behandeling worden genomen. In veel gevallen komen patiënten op een nieuwe wachtlijst en wordt er opnieuw een intake afgenomen bij een andere ggz aanbieder. Er vindt niet bij elke ggz aanbieder een screening aan de voorkant plaats waardoor kan worden voorkomen dat mensen onnodig op een wachtlijst voor een intake komen te staan. Bovendien wordt bij twijfel lang niet altijd geschakeld met de huisarts als een ggz-aanbieder twijfelt over of de patiënt wel terecht kan.

De organisaties waarmee we gesproken hebben zeggen zelf ook dat dit niet altijd goed loopt en dat er beter geschakeld had moeten worden met de huisarts bij twijfel.
Alle ggz-aanbieders waarmee we gesproken hebben geven aan dat het helpt als er een deskundige mee kijkt bij het aanmelden van een patiënt bij de ggz. Dit kan in de vorm van consultatie. Er hebben zich meerdere consultanten gemeld die voor huisartsen beschikbaar zijn via het consultatie netwerk van Provico. Het advies aan de huisarts is om een uitgebreide verwijsbrief te schrijven die antwoord geeft op de volgende vragen:

  • Wat is de hulpvraag van de patiënt?
  • Waarom is deze verwijzing?
  • Wat is er volgens u nodig voor deze patiënt, niet zo zeer welke behandeling, maar wat is de context?

3. Is het nu s-ggz of gb-ggz?

Regelmatig komt het voor dat er twijfel bestaat over waar iemand het best terecht kan: in de basis ggz of de specialistische ggz. Deze twijfel leidt tot foute doorverwijzingen, onnodige wachtlijsten en ergernissen bij professionals en patiënten.

We proberen inzichtelijk te maken wanneer patiënten in de basis ggz terecht kunnen, ondanks een indicatie voor de specialistische ggz, bijvoorbeeld als een diagnose reeds bekend is en er is een terugval zonder dat diagnostiek of crisisdienst nodig is. In dat geval kan iemand vaak toch in de basis ggz terecht.

4. Zoeken

We horen regelmatig dat huisartsen en behandelaars zich ergeren aan de zoektocht die nodig is om een patiënt in crisis te kunnen doorverwijzen. We constateren dat dit voornamelijk een probleem is als de patiënt in crisis komt en ook elders in zorg is. Er bestaat dan onduidelijkheid over welke organisatie verantwoordelijk is voor de zorg aan de patiënt, de initiële zorgorganisatie of de crisiszorg organisatie? Het antwoord hier op is dat de initiële organisatie de verantwoordelijkheid houdt tot de patiënt is overgedragen. Helaas blijkt de praktijk weerbarstiger waardoor patiënten bij de huisarts terecht komen. Dit wordt onderkend als een groot probleem door de organisaties en zij zijn druk met het zoeken naar oplossingen.